Een goed keerpunt kan tijdens een zwemwedstrijd een groot verschil maken. Je hoeft namelijk niet alleen snel te zwemmen tussen de keerpunten door. Ook tijdens het keren kun je tijd winnen.
Maar een snel keerpunt begint niet met zo hard mogelijk draaien.
Een goed keerpunt draait om timing, techniek, afzet, stroomlijn en controle.
In dit artikel geeft Wahoo Swimming 7 praktische tips om je keerpunt te verbeteren en efficiënter uit de muur te komen.
Waarom is een goed keerpunt belangrijk?
Tijdens een zwemwedstrijd maak je bij veel afstanden meerdere keerpunten.
Iedere keer dat je de muur raakt, krijg je de mogelijkheid om opnieuw snelheid op te bouwen.
Een goed uitgevoerd keerpunt zorgt ervoor dat je:
- snelheid behoudt;
- efficiënt draait;
- krachtig van de muur afzet;
- een goede stroomlijn houdt;
- snel terugkeert naar je zwemslag.
Een verschil van een fractie van een seconde lijkt misschien klein. Maar wanneer je meerdere keerpunten maakt, kunnen kleine verbeteringen bij elkaar behoorlijk oplopen.
Daarom besteden wedstrijdzwemmers veel aandacht aan hun keerpunten.
1. Begin op tijd met je voorbereiding
Een veelgemaakte fout is te laat beginnen met het keerpunt.
Je wilt niet op het laatste moment naar de muur zwemmen en vervolgens moeten improviseren.
Leer daarom tijdens je trainingen om je laatste slagen goed in te schatten.
Je moet leren voelen wanneer je dicht genoeg bij de muur bent om je keerpunt in te zetten.
Dit wordt steeds beter naarmate je meer ervaring krijgt.
Een goed keerpunt begint eigenlijk al vóór je de muur bereikt.
2. Houd je snelheid vast richting de muur
Probeer tijdens het aanzwemmen je snelheid zoveel mogelijk vast te houden.
Wanneer je vlak voor de muur afremt omdat je onzeker bent over het keerpunt, verlies je snelheid die je vervolgens weer moet opbouwen.
Zwem gecontroleerd naar de muur en vertrouw op de techniek die je tijdens je trainingen hebt geoefend.
Daarom is regelmatig oefenen zo belangrijk.
Een goed keerpunt moet uiteindelijk bijna automatisch voelen.
3. Maak je draai efficiënt
Bij een koprolkeerpunt, zoals bij de vrije slag en rugslag, is een snelle en gecontroleerde draai belangrijk.
Wanneer je draait, wil je zo min mogelijk onnodige beweging maken.
Probeer je lichaam compact te maken tijdens de rotatie en kom zo snel mogelijk in de juiste positie om af te zetten.
Het doel is niet om zo snel mogelijk rond te draaien.
Het doel is om zo efficiënt mogelijk van zwemmen naar afzetten te gaan.
4. Zet krachtig af tegen de muur
Na je draai komt één van de belangrijkste momenten: de afzet.
Plaats je voeten goed tegen de muur en gebruik je benen om krachtig weg te duwen.
Een goede afzet geeft je direct snelheid.
Let daarbij op je positie. Je wilt niet te dicht op de muur zitten waardoor je jezelf niet goed kunt afzetten, maar ook niet te ver weg.
Door regelmatig keerpunten te oefenen leer je steeds beter de juiste afstand in te schatten.
5. Maak een sterke stroomlijn
Na je afzet wil je zo efficiënt mogelijk door het water bewegen.
Breng je armen boven je hoofd en maak je lichaam lang.
Een goede stroomlijn vermindert weerstand en zorgt ervoor dat je de snelheid van je afzet beter kunt behouden.
Denk aan:
- armen gestrekt;
- handen bij elkaar;
- hoofd in een neutrale positie;
- lichaam lang;
- benen gestrekt.
Juist na een krachtig keerpunt kan een goede stroomlijn ervoor zorgen dat je snelheid niet direct verloren gaat.
Meer weten over zwemtechniek? Lees dan ook Hoe verbeter je je zwemtechniek?
6. Besteed aandacht aan je onderwaterfase
Na je afzet ben je nog niet klaar.
De onderwaterfase is een belangrijk onderdeel van je keerpunt.
Afhankelijk van de zwemslag en de wedstrijdregels kan je onder water blijven voordat je weer boven komt.
Probeer de overgang van je stroomlijn naar je zwemslag gecontroleerd te maken.
Te vroeg bovenkomen kan ervoor zorgen dat je snelheid verliest. Maar te lang onder water blijven is ook niet automatisch beter.
Het gaat om de juiste balans tussen snelheid, techniek en wat je tijdens je trainingen hebt geoefend.
7. Oefen je keerpunt regelmatig
Een goed keerpunt ontstaat door herhaling.
Probeer daarom niet alleen tijdens wedstrijden aan je keerpunten te werken.
Gebruik trainingen om bewust te oefenen:
aanzwemmen → draaien → voeten plaatsen → afzetten → stroomlijn → onderwaterfase → zwemslag
Vraag je trainer om feedback.
Misschien draai je te vroeg.
Misschien verlies je snelheid bij het aanzwemmen.
Misschien kan je afzet krachtiger.
Of misschien kom je te snel uit je stroomlijn.
Door één onderdeel tegelijk te verbeteren, wordt je volledige keerpunt steeds beter.
Veelgemaakte fouten bij een keerpunt
Te vroeg inzetten
Wanneer je te vroeg begint met je keerpunt, kom je niet goed bij de muur uit.
Oefen daarom vooral het herkennen van de juiste afstand.
Te laat inzetten
Je moet dan op het laatste moment corrigeren, waardoor je snelheid en controle verliest.
Afremmen voor de muur
Probeer je snelheid zoveel mogelijk vast te houden.
Geen goede afzet
Een matige afzet betekent dat je een deel van je snelheid verliest.
Slechte stroomlijn
Wanneer je na de afzet niet goed gestroomlijnd ligt, ontstaat er onnodige weerstand.
Te vroeg bovenkomen
Je onderwaterfase is onderdeel van je keerpunt. Kom niet zomaar boven omdat het ongemakkelijk voelt.
Alleen snelheid trainen
Een snel keerpunt moet ook technisch goed zijn.
Een technisch goed keerpunt kun je uiteindelijk steeds sneller uitvoeren.
Hoe vaak moet je een keerpunt oefenen?
Er is geen vast aantal dat voor iedere zwemmer werkt.
Het belangrijkste is dat keerpunten regelmatig onderdeel zijn van je training.
Je hoeft niet een hele training uitsluitend keerpunten te oefenen.
Een trainer kan bijvoorbeeld korte technische oefeningen gebruiken om één onderdeel van het keerpunt te verbeteren.
Daarna kun je het geleidelijk toepassen in normale zwemsets.
Hoe maak je een keerpunt sneller?
Een sneller keerpunt ontstaat meestal niet door simpelweg sneller te draaien.
Kijk naar de volledige beweging:
1. Aanzwemmen
Behoud je snelheid.
2. Inzetten
Kies het juiste moment.
3. Rotatie
Draai compact en gecontroleerd.
4. Voeten plaatsen
Zorg voor een goede positie.
5. Afzetten
Gebruik je benen krachtig.
6. Stroomlijn
Maak jezelf lang en gestroomlijnd.
7. Onderwaterfase
Behoud je snelheid.
8. Overgang
Kom gecontroleerd terug in je zwemslag.
Als ieder onderdeel beter wordt, wordt je totale keerpunt uiteindelijk sneller.
Keerpunt verbeteren begint met techniek
Een goed keerpunt staat niet los van je algemene zwemtechniek.
Je lichaamshouding, stroomlijn, timing en kracht spelen allemaal een rol.
Daarom is het verstandig om je keerpunt niet als een los trucje te zien.
Het is onderdeel van je volledige race.
Wil je beter worden in het water? Lees dan ook:
Hoe word je een betere zwemmer? 10 tips om sneller te zwemmen
en
Hoe verbeter je je zwemtechniek? 8 praktische tips
Deze artikelen sluiten goed op elkaar aan en helpen je om niet alleen je keerpunt, maar je volledige zwemtechniek te ontwikkelen.
Keerpunt bij verschillende zwemslagen
Niet ieder keerpunt is hetzelfde.
Bij de vrije slag en rugslag gebruik je een andere techniek dan bij de schoolslag en vlinderslag.
Ook bij de wisselslag verandert de manier waarop je moet keren.
Daarom is het belangrijk om het juiste keerpunt voor iedere zwemslag goed te leren.
Je trainer kan je hierbij helpen en aangeven welke techniek je tijdens wedstrijden moet gebruiken.
Keerpunt bij de vrije slag
Bij de vrije slag gebruik je doorgaans een koprol om van richting te veranderen.
Het doel is om je snelheid te behouden en zo efficiënt mogelijk van de muur weg te komen.
Keerpunt bij de rugslag
Bij de rugslag komt timing extra nauw.
Je zwemt immers op je rug richting de muur en moet op het juiste moment de overgang naar je keerpunt maken.
Keerpunt bij de schoolslag
Het keerpunt bij de schoolslag verschilt van een koprolkeerpunt.
Je moet de muur met beide handen aantikken voordat je de draai en afzet uitvoert.
Keerpunt bij de vlinderslag
Ook bij de vlinderslag moet je de muur met beide handen aantikken.
Een goede timing en krachtige afzet zijn hierbij belangrijk.
Wat maakt een goed keerpunt?
Een goed keerpunt hoeft niet spectaculair te zijn.
Het moet vooral efficiënt zijn.
Je wilt:
- snelheid behouden;
- zo weinig mogelijk tijd verliezen;
- goed draaien;
- krachtig afzetten;
- gestroomlijnd onder water gaan;
- gecontroleerd terugkomen in je zwemslag.
Wanneer deze onderdelen goed samenwerken, ontstaat een snel en betrouwbaar keerpunt.
Veelgestelde vragen over keerpunten bij zwemmen
Hoe kan ik mijn keerpunt verbeteren?
Oefen vooral de verschillende onderdelen afzonderlijk: aanzwemmen, draaien, afzetten, stroomlijn en onderwaterfase. Vraag je trainer regelmatig om feedback.
Waarom verlies ik snelheid tijdens mijn keerpunt?
Dat kan verschillende oorzaken hebben. Misschien rem je af voor de muur, draai je te langzaam, plaats je je voeten niet goed of verlies je snelheid tijdens je afzet of onderwaterfase.
Hoe maak ik mijn koprol sneller?
Een snelle koprol begint met een goede timing. Probeer compact te draaien en zorg dat je direct in de juiste positie komt om je voeten tegen de muur te plaatsen.
Hoe belangrijk is de afzet?
Heel belangrijk. Een krachtige afzet zorgt ervoor dat je met snelheid van de muur vertrekt. Combineer een sterke afzet met een goede stroomlijn.
Hoe lang moet je onder water blijven na een keerpunt?
Dat verschilt per zwemslag, zwemmer en situatie. Je moet je houden aan de wedstrijdregels en vooral trainen wat voor jou technisch en qua snelheid het beste werkt.
Kan ik mijn keerpunt thuis oefenen?
Je kunt bepaalde onderdelen van je techniek en lichaamshouding oefenen, maar een echt keerpunt leer je natuurlijk vooral in het zwembad. Laat je techniek daarbij controleren door een trainer.
Blijf oefenen
Een goed keerpunt leer je niet in één training.
In het begin moet je bewust nadenken over iedere stap. Na veel herhaling wordt de beweging steeds natuurlijker.
Blijf daarom oefenen en verbeter steeds één onderdeel tegelijk.
Een fractie sneller draaien.
Een betere afzet.
Een langere stroomlijn.
Een betere onderwaterfase.
Al deze kleine verbeteringen kunnen samen een groot verschil maken tijdens een wedstrijd.
Een snel keerpunt begint met een goede techniek.
Bij Wahoo Swimming helpen we zwemmers om hun techniek, conditie en wedstrijdvaardigheden stap voor stap te ontwikkelen.
Wil je beter worden in het water? Dan is regelmatig trainen, goede feedback krijgen en blijven oefenen de beste manier om vooruitgang te boeken.
Blijf trainen. Blijf verbeteren. Blijf zwemmen.