In het eerste deel vertelde ik hoe het allemaal begon.
Met twee dochters.
Met zwemles.
Met steeds een stapje verder.
En uiteindelijk met de vraag:
“Papa en mama, mag ik op wedstrijdzwemmen?”
Voor mij als vader was dat in het begin best een ding.
Ik zag vooral dat enorme zwembad voor me. De snelle zwemmers, de golven die door het bad gingen en mijn kleine meisje die daar tussen moest gaan zwemmen.
Maar mijn dochter zag iets heel anders.
Zij zag vooral een zwembad.
Water.
Vriendinnetjes.
En vooral: iets wat ze ontzettend leuk vond.
Toch maar proberen
Na alle twijfel kwam uiteindelijk die eerste proeftraining.
En natuurlijk ging ik mee.
Niet omdat ik al iets van wedstrijdzwemmen wist.
Niet omdat ik trainer wilde worden.
En al helemaal niet omdat ik toen had bedacht dat zwemmen ooit zo'n grote rol in mijn leven zou gaan spelen.
Ik was gewoon papa.
Een vader die graag wilde zien wat zijn dochter zo leuk vond.
Dus stond ik langs de badrand.
Zij het water in.
En ik keek.
De training begon en eigenlijk gebeurde er iets geks.
Ik zag ineens niet meer alleen die grote jongens en meiden die zo hard door het water gingen.
Ik zag kinderen die iets aan het leren waren.
De één kon een bepaalde slag al heel goed, de ander was nog zoekende.
De één had een geweldige start, terwijl een ander misschien nog wat onzeker van het startblok kwam.
En mijn dochter?
Die genoot.
Dat was uiteindelijk het belangrijkste.
Na de training was het antwoord eigenlijk al duidelijk.
“Papa, mag ik dit blijven doen?”
Ja.
Dat mocht.
En daarmee was voor haar een nieuw hoofdstuk begonnen.
Maar zonder dat ik het toen wist, begon er voor mij óók een nieuw hoofdstuk.
Steeds vaker langs het bad
Ik merkte dat ik het eigenlijk steeds leuker vond om te kijken.
Eerst kwam ik natuurlijk vooral voor mijn dochter.
Maar als je vaker bij een training staat, ga je automatisch beter opletten.
Waarom doet die trainer dit?
Waarom moet die zwemmer die oefening zo uitvoeren?
Waarom wordt bij de ene zwemmer iets anders gezegd dan bij de andere?
En waarom gaat het bij de één meteen goed, terwijl een ander er veel meer moeite mee heeft?
Ik wist er toen nog lang niet genoeg van om daar antwoorden op te hebben.
Maar ik vond het interessant.
Heel interessant zelfs.
En dus stond ik steeds vaker langs het bad.
Training.
Wedstrijd.
Nog een training.
Nog een wedstrijd.
En ondertussen begon ik steeds meer mensen te leren kennen.
Je raakt aan de praat met andere ouders.
Je maakt een grapje met iemand langs de kant.
Je leert trainers kennen.
En voor je het weet voel je je steeds meer onderdeel van het verenigingsleven.
En toen kwam er op een dag een vraag die ik totaal niet had verwacht.
Een vraag die achteraf gezien misschien wel één van de belangrijkste momenten uit mijn hele zwemverhaal is geweest.
“Patrick, zou je ook eens aan de badrand willen staan?”
Ik weet het nog goed.
Een trainer kwam naar me toe.
Je bent hier veel.
Je bent enthousiast.
En toen kwam de vraag:
“Zou je misschien ook wel eens aan de badrand willen staan?”
Niet als trainer.
Dat was ik natuurlijk nog helemaal niet.
Maar als official tijdens wedstrijden.
Met een stopwatch.
Een tijd noteren.
Helpen zorgen dat een wedstrijd goed verloopt.
Eerlijk gezegd leek me dat eigenlijk wel wat.
Want als ik toch iedere keer op de tribune zat te wachten tot mijn dochter haar serie moest zwemmen, kon ik net zo goed iets doen.
Lekker onderdeel zijn van het verenigingsleven.
Helpen.
En bovendien stond ik dan nog steeds lekker langs het bad.
Ik zei dus eigenlijk vrij snel ja.
Maar toen kwam het volgende.
Er moest natuurlijk wel eerst even gesproken worden met degene die de officials binnen de vereniging regelde.
Reina van der Wal.
De trainer zei:
“Patrick, kom volgende week tijdens de training maar even langs. Dan zorg ik dat Reina er ook is. Zij kan je uitleggen wat het precies inhoudt.”
Dat gesprek bleek iets serieuzer te zijn dan ik vooraf had gedacht.
Reina wilde natuurlijk weten waarom ik dit wilde.
Of ik begreep dat het serieus werk was.
En of ik bereid was om daarvoor een opleiding te volgen.
Ik weet nog dat ik daar niet bepaald zenuwachtig zat…
maar helemaal ontspannen was ik ook niet.
Want ineens was ik niet meer alleen de vader die langs het zwembad stond.
Er werd iets van mij verwacht.
De eerste avond voor officials
Niet veel later zat ik op een avond tussen een groep mensen die allemaal iets met zwemmen hadden.
We namen de verschillende zwemslagen door.
Wat moet je zien?
Wat moet je noteren?
Waar moet je op letten?
Hoe omschrijf je wat je hebt gezien?
En vooral:
waarom is die ene seconde of dat ene moment tijdens een wedstrijd soms zo belangrijk?
Ik vond het geweldig.
We waren met een leuke groep en veel van de mensen die ik daar leerde kennen, zou ik later tijdens wedstrijden steeds opnieuw tegenkomen.
Sommigen werden bekenden.
Sommigen vrienden.
En één van die mensen zou uiteindelijk zelfs een heel bijzondere plek in ons gezinsleven krijgen.
Maar dat wist ik toen nog helemaal niet.
Op dat moment was ik vooral bezig met één ding:
mijn eerste wedstrijd als official.
Een stopwatch.
Een potlood.
Een tijdformulier.
En straks voor het eerst zelf aan de badrand staan.
Alleen…
ik had nog één ding niet bedacht.
Wat doe je eigenlijk als je eigen dochter in de baan naast je ligt te zwemmen?
Dat zou ik tijdens mijn allereerste wedstrijd als official vanzelf ontdekken.
En laat ik alvast verklappen:
de scheidsrechter zag iets wat ik zelf nét iets te laat zag…
Wordt vervolgd. 🏊♂️⏱️